Gisteren begeleidde ik een workshop “Urban Exploring” (of kortweg: Urbex) voor Archeduc, een educatieve organisatie in de regio Halle-Vilvoorde.
Oh ja, even wat extra uitleg: Urban exploring, afgekort urbex of UE, is het bezoeken, fotograferen en documenteren van infrastructuur gemaakt door de mens, meestal verlaten gebouwen of niet openbaar toegankelijke locaties. (definitie volgens Wikipedia)
De deelnemers waren goed voorzien van materiaal: spiegelreflexcamera’s met meerdere lenzen, statief, afstandsbedieningen, … alles er op en er aan. Zoals het echte Urban Explorers betaamt.
(Voor wie het nog niet wist; naast smartphonefotografie werk ik als professioneel fotograaf met een grote spiegelreflexcamera, dus ik weet wel hoe die toestellen werken en wat de technische principes zijn.)
Maar ik besloot echter om mijn eigen grote toestel niet mee te nemen op workshop: ten eerste wilde ik vooral een ondersteuner kunnen zijn voor de deelnemers en niet zelf de hele tijd aan het fotograferen zijn. Maar bovenal wilde ik mezelf uitdagen om in die donkere, moeilijk belichte panden met de smartphone te fotograferen. Zo kon ik heel snel en flexibel fotograferen en dus de cursisten voldoende van dienst zijn.

Er zijn niet veel regels rond het Urbex-en. Wat belangrijk is, is dat je de ruimte respecteert en niets verplaatst, wegneemt, aantast. De slogan luidt “Take nothing but photographs, leave nothing but footprints.”
Ik ben zelf geen die hard Urbex-er, ik heb al enkele keren verlaten panden gefotografeerd, maar dat was meer vanuit het idee dat dat mooie locaties waren dan dat ik de nood voelde om op verboden plekken te komen. Binnen de Urbex-community is er toch een ongesproken regel: iedereen houdt voor zich waar hij of zij bepaalde foto’s heeft gemaakt.
Als ik op google zoek naar Urbex-foto’s valt mij vaak toch de overdreven nabewerking op, dus meestal ben ik niet zo’n fan van dat soort werk. Maar wat ik wel heel boeiend vind, is om te zien wat iemand aantrekt in zo’n ruimte en hoe erg dat kan verschillen van persoon tot persoon. Voor sommigen zijn de texturen heel bijzonder, anderen merken het schaduwspel op, of willen de volledige ruimte in één beeld capteren. De lichtinval kan enorm inspirerend zijn, of de sporen van menselijke aanwezigheid.
Wat me opviel bij mijn opzoekingswerk vooraf was dat de overgrote deel van de foto’s met een grote scherptediepte worden gemaakt: dus zowel voor- als achtergrond zijn scherp. Aha, laat dat nu net een kenmerk van de smartphonecamera zijn! Door de kleine lens en sensor verkrijg je standaard een grote scherptediepte in een smartphonefoto. Dus dat was al een voordeel van de smartphonecamera om te kunnen Urbex-en.
Maar … waar volgens mij vooraf het schoentje wel eens heel erg kon wringen, waren de donkere lichtomstandigheden waarin je je doorgaans bevind bij dit soort fotografie. In donkere omstandigheden, krijg je bij de smartphone heel snel last van ruis: een soort van digitale korrel in je beeld als gevolg van een onvoldoende lichte sensor.
Maar die donkerte hangt uiteraard erg af van het soort panden waarin je gaat fotograferen. Vaak komt er best wel wat daglicht binnen. Zo was het toch bij de panden die we gisteren bezochten.
Dus eigenlijk merkte ik niet veel van die ruis. Ik maakte alle foto’s met de Huawei P10 en ben opnieuw zéér onder de indruk van dit toestel.

Anyway … ik deel hierbij graag met jullie enkele van mijn vondsten:

 


Je vindt heel wat tips en leuke foto-ideetjes in mijn nieuwste boek, ‘de Phonetograaf’.
Wil je ook een exemplaar van mijn nieuwe boek? Hier kan je rechtstreeks bij mij eentje bestellen. Je vindt het boek ook in de boekhandel of bij bol.com.

Alle foto’s zijn gemaakt door mij (c)VickyBogaert, zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet gebruikt worden zonder toestemming. Mail me gerust als je ze graag wil gebruiken.
Ooh en kom gerust eens langs op Instagram!